Gantt-weergave
Ga naar de Gantt-weergave door te klikken op de derde knop in de weergaveschakelaar in de knoppenbalk of door te kiezen voor Weergave > Gantt-weergave (Option-Command-2).


De Gantt-weergave bestaat uit twee delen: links de taakopbouw en rechts het Gantt-diagram. In de taakopbouw kunt u snel verwante taken maken, wijzigen en groeperen. Het Gantt-diagram is een visuele representatie van het project, met ingebouwde tools om taken en de relaties tussen taken te wijzigen.


De opbouw van de Gantt-weergave
De opbouw aan de linkerkant van de Gantt-weergave werkt hetzelfde als in de Projectopbouwweergave. U ziet een lijst van taken in het project, kunt taken toevoegen en kunt voor elke weergave kiezen welke kolommen u wilt weergeven.
Kolommen in de opbouw van de Gantt-weergave
Voor de taakopbouw van de Gantt-weergave zijn dezelfde kolommen beschikbaar als voor de projectopbouwweergave. Zie Projectopbouwkolommen voor een compleet overzicht.
De projectstructuur opbouwen
U kunt uw projectstructuur en de bijbehorende taken heel snel en handig opbouwen met de tools in het Gantt-diagram, het infovenster Taak en de menucommando's. Elke balk in het diagram staat voor een taak. U kunt ze verplaatsen of een van de vele commando's gebruiken om de taak of projectstructuur te wijzigen en zo uw project vorm te geven.
Taken groeperen
Als u begint met het maken van een project, kunt u de taken organiseren in een standaardlijst waarin alle taken gelijk zijn. Het kan echter handig zijn om taken te groeperen in hiërarchische structuren die de relaties tussen de taken weergeven.
In de kolom Titel van een taak wordt de naam van de taak voorafgegaan door een nummer. Als Weergave > Taakopbouw > Hiërarchische nummering is geselecteerd, hebben taken bovenaan de hiërarchie een geheel nummer. De taken op een lager niveau hebben nummers met punten er in, die aangeven hoeveel niveaus de taak onder het bovenste niveau ligt. De eerste onderliggende taak van Taak 1 is Taak 1.1, de eerste onderliggende taak van Taak 1.1 is Taak 1.1.1 enzovoort.

Voor taaknummering als een standaardlijst van hele nummers zonder rekening te houden met hiërarchie, kiest u Weergave > Taakopbouw > Standaardnummering.
Wanneer een taak zijn eerste onderliggende taak krijgt, wordt de taak omgezet in een groepstaak en krijgt deze de unieke eigenschappen van het taaktype Groep.
Er zijn verschillende manieren van groeperen, afhankelijk van het feit of u start met een bepaalde set items die u wilt toevoegen aan een groep, met het omzetten van een bestaand item in een groep of met het maken van een volledig nieuwe groepstaak.
-
Een taak converteren naar een groep met nieuwe onderliggende taken:
- Selecteer het item waaraan u subtaken wilt toewijzen.
- Kies Structuur > Voeg toe > Voeg onderliggende taak toe (Command-}).
- Het geselecteerde item wordt een groep met één onderliggende taak.
- Voeg meer taken toe aan de groep door op Return te drukken.
-
Taken groeperen met een bovenliggende taak in de opbouw:
- Selecteer de items die moeten worden gegroepeerd.
- Kies Structuur > Inspringing (Command-]) of Tab, afhankelijk van uw voorkeursinstellingen.
- De items worden onderliggend van het item erboven in de opbouw.
-
Taken groeperen in een nieuwe groep:
- Selecteer de items die moeten worden gegroepeerd.
- Kies Structuur > Groepeer (Command-Option-L).
- De geselecteerde items worden onderliggende items van een nieuw gemaakte groep.
-
Een nieuwe lege groep maken:
- Kies Structuur > Voeg toe > Groep.
- Er wordt een nieuwe lege groep gemaakt.
- Om items toe te voegen aan de groep, opent u de groep door op de onthullingsdriehoek naast de groepsnaam te klikken (of op de balk in het Gantt-diagram) en maakt u nieuwe taken zoals u dat gewend bent terwijl de groep is geselecteerd.
Kenmerken van groepstaken
Een taakgroep heeft geen eigen kenmerken, maar krijgt de meeste kenmerken van de taken die de groep bevat. U kunt de kenmerken van een groep bekijken (en in sommige gevallen ook definiëren) in het infovenster Taak.
- Naam: Een groepstaak heeft een eigen naam.
- Type: Een groepstaak kan taken, mijlpalen en andere groepen bevatten, maar zijn eigen type is altijd Groep. (Een lege groep heeft geen inspanning of duur en kan dienst doen als tijdelijke aanduiding.)
- Inspanning: De inspanning van een groep is de som van de inspanning van alle taken in de groep.
- Duur: De duur van een groep is de hoeveelheid tijd tussen het begin van de eerste taak en het einde van de laatste taak, niet de som van de tijdsduur van alle taken. Als een groep drie taken van een uur bevat die allemaal op hetzelfde moment plaatsvinden, heeft de groep een duur van één uur, niet drie uur.
- Schema: Een groep kan start- en eindrestricties hebben, die van invloed kunnen zijn op de datums van de taken binnen de groep. Groepstaken kunnen zelf geen handmatig ingeplande start- en einddatum hebben.
- Afhankelijkheden: Net als een gewone taak kan een groep afhankelijkheden hebben.
- Brontoewijzingen: Bij het toewijzen van een bron aan een groepstaak, wordt de bron toegewezen aan alle taken in de groep. Aan de groep zelf kunnen geen bronnen worden toegewezen.
Taken koppelen met afhankelijkheden
Wanneer een taak moet worden voltooid voordat een andere taak kan beginnen, bestaat er een afhankelijkheid tussen de taken. Het in kaart brengen van de afhankelijkheden in uw project is belangrijk om inzicht te krijgen in het kritieke pad van taken dat leidt naar een tijdige en geslaagde voltooiing van het project, binnen het budget.
Met het Gantt-diagram in de Gantt-weergave kunt u de relaties tussen taken weergeven met afhankelijkheidslijnen. Een afhankelijkheidslijn loopt van het begin of einde van een taak (of groep, of mijlpaal) naar het begin of einde van een andere taak (groep, mijlpaal).
Wanneer u een afhankelijkheid maakt, wordt de afhankelijke taak automatisch opnieuw gepland op basis van de afhankelijkheid. Bij verdere wijzigingen in het schema en nivellering, proberen de taken de afhankelijkheden te volgen. Als een afhankelijkheid onmogelijk wordt of als u de afhankelijkheden van een taak handmatig stopt, treedt er een fout op die kan worden opgelost in het venster Fouten.
Er zijn enkele manieren om taken te koppelen:
- Selecteer twee of meer taken in de opbouwweergave of het Gantt-diagram en klik op de knop Verbinding in de knoppenbalk om een Einde-Begin-afhankelijkheid te maken tussen elke onderliggende taak.
- Selecteer twee of meer taken in de taakweergave of het Gantt-diagram en klik op het driehoekje in de hoek van de knop Verbinding, of klik op de knop Verbinding en houd deze ingedrukt. Het menu met afhankelijkheidstypen wordt geopend. Kies het gewenste type.
- Plaats de muisaanwijzer op een taakbalk in het Gantt-diagram en versleep een van de pijlen die verschijnen aan het begin en einde van de balk. De lijn wordt een afhankelijkheidslijn die u kunt neerzetten op het begin of einde van een andere taak, groep of mijlpaal. Sleep vanaf het begin of einde van de vereiste taak en zet de lijn neer op het begin of einde van de afhankelijke taak om het type afhankelijkheid te bepalen.
- Voer in de kolom Afhankelijken of de kolom Vereisten van een taak een afhankelijkheids- of vereistencode in. In deze codes worden de ID’s van de betrokken taken en het type afhankelijkheid als volgt gecombineerd:

- Een Begin-Einde-afhankelijkheid van taak ID 1
- Een Begin-Begin-afhankelijkheid van taak ID 1
- Een Einde-Begin-afhankelijkheid van taak ID 4.1. (FS (Finish Start, Einde Begin) is het meest voorkomende type afhankelijkheid, dus wordt een taak-ID op zichzelf zonder toegevoegde letters beschouwd als FS.)
- Een Einde-Begin-afhankelijkheid van taak ID 4.2, met een aanlooptijd van 1 dag.
Terugkerende taken
Een terugkerende taak is een taak die meerdere keren wordt herhaald. Dit kan handig zijn bij het plannen van wekelijkse vergaderingen, aanvulling van het magazijn of controle van de voortgang van driemaandelijkse mijlpalen.
Als u een taak of mijlpaal wilt instellen als terugkerend, selecteert u de taak en opent u het infovenster Taak. Open in het gedeelte Taakinfo het pop-upmenu Type en kies Maak deze taak terugkerend. Het dialoogvenster voor terugkerende taken wordt geopend. Stel de eigenschappen van de terugkerende taak in.

-
Duur: Stel de duur van de terugkerende taak in.
-
Begin: Stel de begintijd van de taak in. Wanneer het eerste voorval van de herhalingsinterval later is dan de starttijd, wordt de begintijd automatisch aangepast naar het eerste voorval.
-
Einde: Kies Eindig op een specifiek moment, er worden voldoende voorvallen ingepland om het interval tussen start en eind te vullen. Of kies voor Eindig na om een aantal voorvallen in te stellen.
-
Herhalingsinterval: Kies in het pop-upmenu voor een interval in dagen, weken, maanden of jaren en stel de periode tussen de herhalingen in.
-
Intervaldetails: Gebruik deze opties om de parameters van het gekozen herhalingsinterval te verfijnen. Dit gedeelte verandert op basis van de keuze voor dagen, weken, maanden of jaren.
-
Stop herhaling: Klik op deze knop om de taak te veranderen van een terugkerende taak in een gewone taak of mijlpaal. Alle toekomstige herhalingen worden geannuleerd. Deze optie is alleen beschikbaar tijdens het wijzigen van de herhalingsinstellingen van een terugkerende taak.
-
Annuleer, Pas toe: Klik op deze knoppen om wijzigingen te annuleren of toe te passen op de taak.
Nadat u een terugkerende taak heeft ingesteld, kunt u via het menu Type in het infovenster Taakinfo de terugkeringsregels wijzigen. Er wordt een dialoogvenster geopend waar u de terugkeringseigenschappen van de taak kunt wijzigen en de herhaling kunt stoppen om toekomstige geplande herhalingen van de taak te annuleren.
Een terugkerende taak wordt in het Gantt-diagram weergegeven als een groepstaak die elke geplande gebeurtenis van de taak bevat. Deze groep wordt standaard samengevouwen indien gesloten weergegeven.

Taken splitsen
Het onderbreken van werk aan een specifieke taak kan bijzonder nuttig zijn, of het nu is omdat een belangrijke medewerker op vakantie gaat of omdat een ander deel van het project prioriteit heeft gekregen. Wanneer u wilt dat een bron of teamlid tijd besteedt aan iets anders dan de taak waaraan deze momenteel is toegewezen, is het splitsen van de taak in delen rond de 'time-out'-periode een ideale oplossing.

Een taak splitsen:
- Selecteer de taak in de opbouw.
- Kies Structuur > Splits taak (Option-Command-S).
- Pas in de overlappende balk de duur aan beide zijden van de splitsing aan. Kies de datum en tijd voor het hervatten van de taak na de onderbreking en klik op de knop Splits taak. De taak wordt gesplitst om later te worden voltooid.

Om een gesplitste taak opnieuw samen te voegen, klikt u op een van zijn onderdelen en sleept u deze naar het andere onderdeel. De twee segmenten worden opnieuw samengevoegd tot één taak in het Gantt-diagram.
Na opsplitsing van een taak is het altijd een goed idee om deze te nivelleren. Zo bent u zeker dat de splitsing de efficiëntste manier is voor het managen van de lopende taak op basis van de beschikbare bronnen en tijdrestricties van het project.
Een gesplitste taak kan op mysterieuze wijze opnieuw worden samengevoegd na de nivellering. Als u dat niet wilt, moet u ervoor zorgen dat Laat splitsen toe is ingeschakeld in het dialoogvenster Nivelleren.
Hangmattaken maken
Een hangmattaak is een taak waarvan de duur zowel afhankelijk is van het tijdstip waarop de vorige taak eindigt, als dat waarop de volgende taak start. Dit type taak is handig wanneer u een strikte deadline heeft en beslist wat sneller kan worden uitgevoerd als het project achter raakt op het schema of als externe facturen van invloed zijn op de uitvoering van delen van het project.
Als u bijvoorbeeld een geschreven document moet voorbereiden, hangt de tijd die u heeft voor revisie af van het voltooien van de schrijffase van het document en de datum dat het document klaar moet zijn.
Laten we dat scenario gebruiken om een voorbeeld van een hangmattaak te maken. Ons beginpunt is een set van twee taken en een mijlpaal, gekoppeld via de volgende Einde > Begin-afhankelijkheden: Schrijf nieuwsbrief, Redigeer nieuwsbrief en Publiceer nieuwsbrief.

Wij willen de nieuwsbrief op 12 juni publiceren. We stellen dus de datum Begin niet vroeger dan van de mijlpaal in om dat aan te geven.

Daarna voegen we een afhankelijkheid toe om aan te geven dat het reviseren eindigt wanneer de publicatie start. Omdat Publiceer nieuwsbrief een mijlpaal is in plaats van een taak, zijn de begin- en einddatum hetzelfde, zodat deze afhankelijkheid Einde > Einde is (als Publiceer een taak zou zijn, dat zou dit een Begin > Einde-afhankelijkheid zijn).
Omdat deze afhankelijkheid directioneel is en u wilt dat OmniPlan de relatie begrijpt, moet u de mijlpaal selecteren en een afhankelijkheidspijl slepen naar de revisietaak in plaats van het afhankelijkheidstype te kiezen in het gedeelte Afhankelijkheden van het infovenster Taak.
Na het maken van deze afhankelijkheid, verwijderen we de Einde > Begin-afhankelijkheid van Redigeer naar Publiceer om een afhankelijkheidslus te voorkomen.

Nu onze afhankelijkheden correct zijn ingesteld, is de laatste stap van het instellen van onze hangmattaak, het selecteren ervan en het kiezen van Hangmat als taaktype in het infovenster Taak.

Als het schrijven van de nieuwsbrief nu langer duurt dan gepland, zal de duur van de revisietaak afnemen om te voldoen aan de behoeften van de taken aan beide zijden.
Het Gantt-diagram wijzigen
U kunt items rechtsreeks bewerken in het Gantt-diagram. Dit is handig om de planning bij te houden tijdens de voortgang van het project. In het volgende gedeelte worden de tools voor het wijzigen van het project tijdens de werkvoortgang beschreven.
Afhankelijkheidslijnen tekenen
Afhankelijkheidslijnen tekenen tussen taken:

- Selecteer een taakbalk in het Gantt-diagram om de afhankelijkheidspijlen te zien.
- Sleep een afhankelijkheidspijl vanaf het begin of einde van de ene taak.
- Zet de pijl neer op het begin of einde van een andere taak om een afhankelijkheid te maken.
Afhankelijkheidslijnen verwijderen
Een afhankelijkheidslijn tussen twee taken verwijderen:
- Klik op een afhankelijkheidslijn om deze te selecteren.
- Druk op Verwijder.
De afhankelijkheid die deze lijn voorstelt wordt verwijderd en de nu niet meer verwante taken worden verplaatst.
Restricties instellen voor taken
Restricties instellen voor taken:

- Houd Shift ingedrukt en sleep vanaf het begin of einde van een taak om een begin- of eindrestrictie in te stellen.
- Houd Shift ingedrukt en dubbelklik op een bestaande restrictie om deze te verwijderen.
Taken handmatig plannen
Taken handmatig plannen:
-
Selecteer een taak en sleep deze horizontaal vanaf zijn standaardpositie op de tijdlijn.
-
De taak wordt gepland op de nieuwe positie en het planningstype wordt op Handmatig gezet.
De taakduur aanpassen
De duur van een taak in het Gantt-diagram wijzigen:

- Klik op het sleepvlak aan de rechterkant van de taakbalk.
- Sleep het einde van de balk naar links of rechts om de duur van de taak te wijzigen. Houd Shift ingedrukt tijdens het slepen om op afgeronde waarden uit te komen.
Voltooiing van taken aanpassen
Aanpassen welk deel van een taak is voltooid:

- Klik op de witte, huisvormige greep op een taakbalk.
- Versleep de greep om de voltooiing bij te werken.
Voltooiing van taken bijwerken
Als alles volgens plan verloopt, klikt u gewoon op de knop Werk bij in de knoppenbalk.

Kies een datum en tijd (standaard is dat vandaag) en bepaal of taken als gedeeltelijk voltooid mogen worden gemarkeerd en of alle taken of alleen de geselecteerde taken moeten worden bijgewerkt.
Wanneer u op OK klikt, worden de voltooiingspercentages van de taak bijgewerkt op basis van de opgegeven datum en tijd.
U kunt Shift-Option-= gebruiken om een taak als 100% voltooid te markeren. Of Shift-Option-– om een taak als 0% voltooid te markeren.
Onvoltooide taken opnieuw plannen
Wanneer een taak niet volgens planning is voltooid, klikt u op de knop Plan opnieuw om snel de beste plaats voor de taak in de huidige situatie vast te stellen.
Als u op de knop Plan opnieuw klikt, verschijnt het volgende dialoogvenster.

Kies een datum en tijd om de onvoltooide taken opnieuw te plannen en bepaal of alle taken moeten worden bijgewerkt of alleen de geselecteerde taken.
Wanneer u op OK klikt, worden de onvoltooide taken verplaatst en wordt het hele schema bijgewerkt, zodat het werk van daaruit kan doorgaan.
Let op: hierdoor worden alleen taken verplaatst met onvoltooid werk dat was gepland vóór de opgegeven datum, taken in de toekomst blijven behouden.
Visualisatie in het Gantt-diagram
U kunt het uiterlijk van veel elementen van het Gantt-diagram naar wens aanpassen, zodat u de meest relevante informatie over uw project altijd binnen handbereik heeft.
Taaklabels aanpassen
Kies Weergave > Gantt > Taaklabels aanpassen om de taaklabeleditor te openen, met pop-upmenu's voor labellocaties voor taken, groepen en mijlpalen en intervaltracering voor rijen en de kop van het Gantt-diagram.

-
Intervaltracering: Weergave van cumulatieve kosten of inspanningen of kosten of inspanningen voor het interval. Wanneer deze optie is ingeschakeld, wordt de waarde weergegeven op elke rij (als een regel tekst onder de taakbalk van de rij) of alleen in de kop van het Gantt-diagram (als een rij onder de datumrij).
-
Taken, Groepen, Mijlpalen: Elk type taak heeft een set pop-upmenu's voor de gedeelten van de taakrij in het Gantt-diagram: een voorvoegsel, de taakbalk zelf en een achtervoegsel achter de balk. Kies in de menu's een aangepast kolomtype om weer te geven in dat gedeelte van de rij.
De schaal van het diagram wijzigen
U kunt het zichtbare datumbereik in het Gantt-diagram wijzigen via het menu Vergrootglas rechtsboven in het diagram of door in het koptekstgebied (met de datum) van het diagram te klikken en naar links of rechts te slepen, op dezelfde manier als wanneer u een kolom vergroot of verkleint.

Dit menu is ook beschikbaar als contextmenu in de datumkoptekst en bevat de volgende commando's:
-
Automatisch: Het getoonde gedeelte van het project wordt automatisch geschaald op basis van het begin en eind van het project.
-
Specifiek: Het project wordt geschaald in eenheden van minuten, uren, dagen, weken, maanden, kwartalen of jaren.
-
Maak passend aan project: Schaalt het project zodat het volledig past in het zichtbare deel van het Gantt-diagram.
-
Maak passend aan selectie: Schaalt het project zodat de huidige selectie past in het zichtbare deel van het Gantt-diagram.
-
Pas kopteksten aan: De Weergavevoorkeuren van OmniPlan worden geopend, zodat u kunt instellen hoe datumkoppen worden weergegeven in het Gantt-diagram.
Kleuren voor afwezigheidsuren
Om het Gantt-diagram een alternatieve achtergrondkleur te laten weergeven voor dagen waarop doorgaans geen werk wordt uitgevoerd, kiest u Weergave > Inactieve tijd en kiest u in het submenu de optie die van toepassing is op uw situatie: Geen, Feestdagen, Weekends of Alle.

Als u de afwezigheidsuren op deze manier markeert, ziet u beter wanneer het werk precies zal worden gedaan. Hierdoor is ook beter duidelijk waarom sommige balken in het Gantt-diagram er bijzonder lang uitzien, terwijl de betreffende taken zelf niet zo lang zijn.
U kunt een kleur kiezen voor de weergave van de afwezigheidsuren in het infovenster Stijlen en u kunt de uren zelf aanpassen in de bronweergave.
Kritieke paden gebruiken
Het bekijken van het kritieke pad van een project of mijlpaal in het Gantt-diagram of de netwerkweergave biedt een fantastische manier om te zien welke taken het belangrijkst zijn voor de tijdige voltooiing van het doel. Het identificeren van taken die deel uitmaken van het kritieke pad (en omgekeerd) helpt prioriteiten te stellen voor het werk om zeker te zijn dat de deadlines worden gehaald.

OmniPlan bepaalt standaard het kritieke pad door rekening te houden met de afhankelijkheidsrelaties tussen taken en de hoeveelheid vrije tijd (speling) die ertussen zit.
-
Het kritieke pad heeft te maken met afhankelijkheden, dus een doorlopende keten van taken met Einde > Begin-afhankelijkheden staat voor een eenvoudig kritiek pad voor het voltooien van een project. Onafhankelijke taken maken geen deel uit van het pad, omdat ze op elk ogenblik kunnen optreden tijdens het project.
-
Het kritieke pad heeft te maken met speling, bijvoorbeeld hangmattaken of taken met een ingestelde begindatum die pas kunnen starten wanneer andere taken zijn voltooid. Er kunnen dus perioden zijn waarin niets gebeurd. De lengte van deze perioden die bepalen of het kritieke pad wordt beïnvloed, is ingesteld in het infovenster Mijlpalen.
Een andere potentiële factor die de kritieke paden beïnvloedt is de beschikbaarheid van bronnen. U kunt in het infovenster Mijlpalen kiezen of hiermee rekening moet worden gehouden bij de weergave van uw kritieke paden. Dat deel bevat ook informatie over de impact van de beschikbaarheid van bronnen op uw kritieke paden, zoals in het gedeelte Schema van het infovenster Taak.

OmniPlan kan kritieke paden zowel voor het volledige project als voor individuele mijlpalen weergeven. Om kritieke paden in te schakelen, klikt u op de knop Kritiek pad in de knoppenbalk. Om te kiezen welke kritieke paden moeten worden weergegeven, klikt u op de pijl in de hoek van de knop en kiest u de gewenste mijlpalen of u selecteert ze in het infovenster Mijlpalen.
De voortgang meten met basislijnen
Als u een project hebt opgezet en klaar bent om het te implementeren, kunt u een basislijnschema instellen. De basislijn staat voor de oorspronkelijke doelen van het project, die u kunt vergelijken met het werkelijke schema. Het werkelijke schema toont, in tegenstelling tot het basislijnschema, hoe een project in werkelijkheid verloopt. Voordat de basislijn voor een project is ingesteld, zijn het basislijnschema en het werkelijke schema gelijk. Nadat de basislijn is ingesteld, zijn verdere wijzigingen alleen van invloed op het werkelijke schema.

Om een basislijn in te stellen, klikt u op de knop Stel basislijn in in de knoppenbalk. U wordt gevraagd om in een veld de naam van de basislijn op te geven. De standaardnaam is de datum van vandaag.
Als u op OK klikt, wordt het basislijnschema ingesteld en worden alle verdere wijzigingen in plaats voortaan toegepast op het werkelijke schema.
Kies Splits schema's of Beide schema’s om de basislijn en de werkelijke schema’s samen weer te geven zodat u ze kunt vergelijken.

OmniPlan 4 ondersteunt zoveel basislijnen als u wilt. Op elk bepaald punt in het project kunt u dus een momentopname maken die een nieuwe standaard bepaalt vanaf waar het huidige project kan doorgaan. U kunt een bepaalde basislijn vergelijken met het huidige werkelijke schema via het menu Basislijn/Werkelijk in de knoppenbalk.

Simulaties gebruiken voor het schatten van de mijlpaalvoltooiing (Pro)
OmniPlan 4 Pro bevat hulpmiddelen voor het berekenen van de mate van zekerheid dat een mijlpaal op een bepaalde deadline zal zijn voltooid. Hiervoor worden Monte Carlo-simulaties gebruikt op basis van schattingen van de inspanningen die vereist zijn om het doel te bereiken. De resultaten van deze simulaties kunnen helpen bij het identificeren waar vertragingen kunnen optreden (of het project voor zou kunnen lopen op schema).

Om een simulatie uit te voeren, schakelt u naar de Gantt-weergave en kiest u de knop Simulaties in de knoppenbalk. U kunt ook naar Project > Voer Monte Carlo-simulaties uit gaan. De instellingen die u hier kiest (en de simulatie zelf) zijn van invloed op alle taken en mijlpalen in het project.
Het niveau van zekerheid dat de simulatie biedt, wordt bepaald door de geschatte hoeveelheid inspanning die is vereist voor het voltooien van de taken binnen elke mijlpaal. Als u de schattingen van de inspanningen niet handmatig hebt ingesteld voor de taken, doet u dat nu of gebruikt u de handige functie Schat inspanning automatisch (ook beschikbaar in het pop-upmenu Monte Carlo).

Het uitvoeren van een simulatie zonder het instellen van de minimale en maximale schattingen van de inspanningen (handmatig of automatisch), resulteert in de voorspelling dat uw mijlpalen exact volgens schema zullen worden voltooid, 100% van de tijd. Niet echt handig, toch? Voor de beste resultaten moet u zorgen voor een spreiding van de mogelijke inspanningen (automatisch schatten van de inspanningen maakt dit gemakkelijk).
Zodra de simulatie is voltooid, verschijnt een reeks horizontale balken op dagen rond elke mijlpaal (weergegeven met een kleine ruit). Eén balk is gelijk aan 20 procent vertrouwen dat de mijlpaal op die dag zal worden gehaald (5 balken op een dag betekent dat een mijlpaal volgens de simulatie met een waarschijnlijkheid van 100% op die dag zal worden gehaald). Beweeg de muis op over de balken van elke dag voor meer details.
